Bij biologisch denken veel mensen aan ‘onbespoten’.
Was het maar zo simpel, we zullen U meenemen in het proces.

We hebben namelijk bedacht dat we komend jaar 30 hectare aan willen melden voor biologische landbouw. Samen met een adviseur van Delphy hebben we een concept teeltplan bedacht wat nu voorgelegd moet worden aan de coöperatie Buijtenland van Rhoon.

Biologische landbouw is volgens de definitie van de IFOAM (International Federation of Organic Agriculture Movements):
Een productiesysteem dat de gezondheid van de bodem, van ecosystemen en van mensen onderhoudt. Biologische landbouw vertrouwt op ecologische processen, biodiversiteit en kringlopen, aangepast aan de plaatselijke omstandigheden, in plaats van op hulpmiddelen met eventueel schadelijke effecten.
Biologische landbouw combineert traditie, innovatie en wetenschap om te profiteren van het gedeelde milieu en bevordert eerlijke verhoudingen en een goede kwaliteit van leven voor alle betrokkenen.”

Bestrijding van plagen en ziekten in de biologische teelt vindt uitsluitend op niet-chemische wijze plaats, vooral door preventie (versterken van plantweerbaarheid door een goede bodemgezondheid) en door het inzetten van natuurlijke vijanden. Zorg voor de bodem krijgt veel aandacht. Om te zorgen voor minder belastende grondbewerking, (mechanische onkruidbestrijding e.d.) wordt gebruik gemaakt van de meest geavanceerde techniek.

Dus inderdaad: Er wordt geen gebruik gemaakt van chemisch-synthetische  gewasbescherming en kunstmest.

Wat staat er in het streefbeeld Buijtenland van Rhoon?
Een expliciete keuze voor een op de natuur afgestemde werkwijze zal eraan bijdragen dat het onderscheid tussen natuur, landbouw en recreatie afneemt en het denken over één gebiedsambitie de overhand krijgt. Daartegenover moet aandacht zijn voor bedrijfsindividualiteit. Dat wil zeggen dat elke ondernemer de keuze krijgt om binnen de geformuleerde uitgangspunten de keuzes te maken waar hij zich het prettigst bij voelt. Dat leidt bovendien tot meer variatie en ook daarmee kan de natuur gediend zijn. Als onbekend is welke beheer- of uitvoeringsmaatregel het beste werkt, wordt in onze optiek zo veel mogelijk ruimte gegeven voor experimenten. Tegenover dit laatste zou dan, zoals ook in het voortraject is geopperd, begeleiding door experts moeten staan en bereidheid tot leren bij alle betrokkenen.

Een bedrijf moet biologisch gecertificeerd te zijn om biologische producten te mogen verkopen, verwerken, importeren, verhandelen of opslaan. In Nederland verzorgt SKAL biocontrole, onder toezicht van het ministerie van Economische Zaken, het proces van certificering en monitoring.

Er geldt een wettelijke aansluitplicht voor boeren, verwerkers en handelaren die producten onder biologisch keurmerk in de handel brengen.

De duur van een omschakelperiode hangt af van het gewas of het gebruik van het perceel:

  • Eén of tweejarige gewassen: twee jaar

  • Overblijvende gewassen (fruitbomen, asperges etc.): drie jaar

  • Grasland: twee jaar

Stappen naar certificering:

    • Goedkeuring krijgen voor ‘het plan’ bij de coöperatie het Buijtenland van Rhoon

    • Het juiste aanmeldformulier volledig invullen en sturen naar Skal Biocontrole.

    • Zodra Skal Biocontrole de gegevens volledig ontvangen heeft, bevestigen zij de registratie en ontvangen we een unieke Skal-nummer.

    • Een Skal-inspecteur voert op ons bedrijf een toelatingsonderzoek uit. De inspecteur en wij gaan samen na of we aan de voorwaarden voor biologische productie voldoen. Hij noteert de bevindingen in een rapport. Skal-medewerkers beoordelen het rapport.

    • Er gaat een omschakelperiode van start. In deze periode moet de productie aan alle voorwaarden voor biologische productie voldoen, maar zijn we nog niet gecertificeerd. Dus hoewel we aan alle regels voldoen zijn de producten niet biologisch.

    • Na het doorlopen van de hele omschakelperiode en bij een positieve beoordeling door de inspecteur ontvangen we een bio-certificaat. Vanaf dat moment kunnen we de oogst verkopen als ‘biologisch’. Certificaten zijn digitaal beschikbaar.

We moeten de arbeidsbehoefte niet onderschatten Bij omschakeling naar biologische productie neemt het aantal arbeidsuren toe. Het totaal aantal gepresteerde arbeidsuren kan zomaar verdubbelen of verdrievoudigen. We gaan daarom eerst maar eens 30 hectare doen.

Het ‘plan’ wat samen met Delphy is bedacht voor het biologische deel van de Vossenburg is strokenteelt.

Strokenteelt houdt in dat we op 1 perceel verschillende gewassen in stroken naast elkaar gaan telen. Op die manier krijgen we meer diversiteit binnen een perceel, de biodiversiteit wordt vergroot. Dat biedt de nuttige organismen het hele jaar door voldoende voedsel en schuilmogelijkheden. En dat maakt weer dat schadelijke organismen het moeilijk krijgen en niet of nauwelijks schade kunnen toebrengen aan de gewassen. Daarnaast maken we zo veel mogelijk gebruik van vaste rijpaden zodat de grond alleen plaatselijk verdicht wordt. Dit is gunstig voor het bodemleven. We hopen met natuurlijke hulp toch mooie gewassen te kunnen telen.

Knelpunten die we denken tegen te komen zijn onder andere beregening en bemesting: het ene gewas heeft meer water nodig dan het andere gewas en het is heel lastig om één strook te beregenen waardoor je dus meer water gebruikt dan nodig is, hetzelfde geldt ook voor de bemesting; ook de hoeveelheid arbeid is nog ‘een dingetje’

We verwachten dat er moderne technieken zijn om ons te helpen bij onkruidbestrijding, zoals precisietechnieken die gebruik maken van gps, ict en geavanceerde sensoren. Met druppelbevloeing zouden we het water- en bemestingsprobleem kunnen oplossen.

Al met al een uitdaging waar we veel zin in hebben!