In mei kwamen er 2 nieuwe bewoners op de Vossenburg, de koeien Loes en Liene en in augustus nog een koe, Wia, met een kalf (Henk); de koeien zijn van het ras Lakenvelder.

Loes en Liene

                            Wia en Henk

De Lakenvelder heeft een vriendelijk karakter. Hij/zij heeft een fijne bouw en is wat kleiner dan andere Nederlandse koeien. Ze zijn heel herkenbaar aan het witte laken om hun middenhand (witte band tussen voor- en achterpoten om de borst en rug). Ze zijn verder rood of zwart; wij zijn begonnen met 4 roden. Ook zijn ze rustig en raken niet gauw in paniek. Het tam maken van onze eerste vier doen we, en stalgenoten, door ze elke dag te bezoeken.

Onderstaande 3 foto’s zijn gemaakt door Isabelle Boon Fotografie

In de 12e eeuw liepen er al Lakenvelders in Nederland. Rond de 19e eeuw liepen ze ‘ter decoratie’ bij kastelen en landgoederen, vandaar ook de bijnaam “parkrund” of “kasteelrund”.

Toen de economie in de Nederlandse rundveehouderij een grotere rol ging spelen én er een rundveeverordening kwam(1950) die inhield dat er alleen gefokt mocht worden met door het stamboek erkende stieren, betekende dit bijna het einde van de Lakenvelders.

Na de oprichting en inventarisatie van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH) in 1976, bleek dat er actief ‘ gewerkt’ moest worden om het ras te behouden. De Fokkersclub voor Lakenvelders werd opgericht wat in 1997 resulteerde in het ontstaan van de Vereniging Lakenvelder Runderen en uiteindelijk in oprichting van het huidige stamboek.

De Lakenvelder staat nog dicht bij de natuur omdat hij nooit is doorgefokt voor een hogere melk- of vleesopbrengst. Door huidige opvattingen over ons platteland waarin er besef is dat grote grazers bijdragen aan de ontwikkeling van biodiversiteit in de natuur en liefhebbers van het ras, zijn we op de goede weg: de Lakenvelder is nog steeds zeldzaam maar het aantal neemt langzaam toe.

Inmiddels is natuurbeheer een belangrijk onderdeel van ons bedrijf.
De Lakenvelder past perfect in het landschap dat we met Het Buijtenland van Rhoon voor ogen hebben; we hechten waarde aan erfgoed en telen met liefde voor de natuur.

Om biodiversiteit in ons landschap te creëren en te houden moeten we zorgen dat we de natuur een beetje helpen; met behulp van de koeien kunnen we helpen op een natuurlijke manier. De aanwezigheid van veel afwisseling in vegetatie is ook een eerste vereiste voor aanwezigheid van verschillende soorten insecten, vogels en zoogdieren.

Het grazen van de koeien zal het woekeren van snelgroeiende grassen afremmen, bloemrijke kruiden profiteren hiervan. Maar ook zullen zij overal hun mest laten vallen. Dit geeft allerlei planten en dieren de kans zich te vestigen en/of uit te breiden; denk daarbij aan paddenstoelen en mestkevers. De mestkevers en andere insecten zijn voedsel voor vogels en ook de parasieten uit de vacht van de koeien trekken bepaalde vogels aan. Koeien breken met hun hoeven de grasmat of mosvegetatie open waardoor andere soorten de kans krijgen om te kiemen. De Lakenvelder kan goed voedselarme vegetatie (bijvoorbeeld onbemest of dor gras) verteren, waardoor er ruimte komt voor groene hergroei. Omdat de koeien een voorkeur hebben voor grasachtigen, blaadjes en bast worden bloemen bevoordeeld; begraasd grasland is dus bloemrijk grasland.

Kortom: het ecologisch netwerk rondom de koeien blijkt groot.

Onze kudde:
Onze kudde bestaat vooralsnog uit 3 koeien en 1 os (gecastreerde stier) maar we hopen dit jaar 1 of meer van hen moeder wordt. Als de kans voorbij komt zullen we ook nog aankopen.

Henk kwam bij ons als stierkalf. Omdat we ook stierkalven graag bij hun moeder willen laten
lopen is hij met 3 ½ maand gecastreerd (dit noem je “ossen”) . Door een stier te castreren verandert hij van een opgewonden standje in een goedzak. De os is een veilige grazer die, behalve wandelaars, ook kuddegenoten met rust laat. Ze kunnen dus veilig in de kudde blijven en bij hun moeder blijven drinken.

Omdat we nog maar net beginnen en eerst nog een kudde moeten ‘bouwen’ zal er nog geen vlees uit Het Buijtenland van Rhoon zijn. Als het zover is weten we dat het geen massaproductie is maar eerlijk voedsel met aandacht voor dierenwelzijn, de consument weet waar het vlees vandaan komt en hoe de koe heeft geleefd. Het zijn geen vleeskoeien en ze eten wat de natuur hen biedt; het zijn dus langzame groeiers maar zullen daardoor hun gewicht halen zonder te vervetten. Dat komt de structuur van het vlees ten goede, het wordt sappig en mals

Herkauwers:
Koeien zijn herkauwers maar hoe werkt dat eigenlijk? In de bovenkaak heeft een koe geen
tanden; tussen de snijtanden in de onderkaak en de harde rand van de bovenkaak  snijdt hij/zij het gras (of ander eten) af en slikt het zonder kauwen door waardoor het in de pens komt. Als de pens vol is gaat het voedsel in kleine beetjes terug naar de bek waar het door de kiezen gemalen wordt (de kaken schuiven van links naar rechts en van voor naar achter,  dat is niet kauwen). Wat hij/zij dan doorslikt komt in de netmaag en daarna in de boekmaag. In de boekmaag wordt het vocht uit het, grotendeels verteerde, eten gehaald. Als laatste van de 4 magen komt het in de lebmaag waar er spijsverteringsappen bijkomen. Daarna gaan, door de darm, de voedingsstoffen in het bloed en de rest als mest naar buiten

Volgens ‘de boeken’ kunnen Lakenvelder-koeien jaarrond buiten lopen. In Het Buijtenland van Rhoon zijn we pas net begonnen met ‘onze’ natuur en de grasmat is zeker nog niet bestand tegen jaar-rond-koeien-beweiding. Wij hebben er dus voor gekozen ze deze winter (2019-2020) naar huis te halen. We verweiden ze steeds maar omdat het gras niet groeit raken de weides ‘op’. Omdat er geen nieuw gras groeit (winter) en het erg nat is wordt het steeds een grote baggerbende. Leuk hoor, de koe in de wei! Maar wordt de koe er blij van als hij dag in dag uit met z’n/haar poten in de bagger staat? Thuis in het stro in de open schuur (dus wel lekker droog) met genoeg water en hooi en daarnaast natuurlijk de bezoekjes van onze stalgenoten….wat wil een koe nog meer…..