Graan2019-01-13T12:37:32+00:00

Graan is de verzamelnaam voor de landbouwgewassen van de grasfamilie. De graanteelt, waaronder bij ons de tarwe, gerst, emmertarwe en spelt valt, is een onmisbare teelt in ons bouwplan. Graan is goed voor de bodemvruchtbaarheid en de structuur van de bodem. De graanplant brengt ‘rust’ in de bodem. De graanstoppels die de akkerbouwer na de oogst onderploegt, brengen humus en luchtigheid in de grond. Naast graan telen we ook andere grassen namelijk graszaad en miscanthus (=olifantgras)
Het is het voedsel voor mens en dier. Van graan maak je brood, bier, pasta, drop en ook diervoeder; ook in bijvoorbeeld papier en spijkerbroeken is graan verwerkt. Graszaad levert behalve zaad ook hooi voor onze paarden en schapen. Graan verbouwen betekent ook stro; stro gebruiken we als bodembedekking in de stallen.

We zaaien het graan met een zaaimachine keurig in rijtjes (24 rijen tegelijk). De zaaimachine trekt een gleuf waarna hij op precies de onderling gewenste afstand een zaadkorrel erin laat vallen. Achter het zaadje schuift de machine de grond weer dicht. Wintertarwe, wintergerst, spelt en emmertarwe zaaien we in de herfst (oktober). Zomertarwe en zomergerst in het voorjaar (februari/maart).
Tijdens het groeiseizoen is onze taak te zorgen dat het gewas onkruid- en ziektevrij blijft.

Als het graan rijp is (juli/augustus), is het geel-bruin. Met een vochtmeter kunnen we het percentage vocht in de korrels meten. Voor tarwe moet dat 16,5% zijn en voor gerst 15%, droger geeft minder kilo’s en bij natter moet je droogkosten betalen.

Het oogsten van graan gebeurt met een combine. Voorop de combine zit een maaibord; het gewas wordt een stukje boven de grond afgemaaid, waardoor er een klein stompje van de stengel (de stoppel) achterblijft. Het gewas valt na het maaien op het maaibord en wordt door een ronddraaiende haspel en een vijzel de dorstrommel ingevoerd. De gewasstroom wordt tussen de dorstrommel en de mantel gevoerd waar door wrijving het zaad (korrel) van het stro wordt gescheiden. Na het schoningsproces wordt het graan naar de graantank getransporteerd.

Het zaad wordt naar de graantank getransporteerd en als deze vol is wordt deze in containers gelost door een systeem van vijzels. Wij leveren aan de CZAV, die zorgt dat volle containers worden opgehaald en lege neergezet.

Het stro komt op de schudders waarna het in rijen (het zwad) achter de maaidorser op de grond wordt gelegd. Soms, als we het stro voor de paarden/schapen niet nodig hebben, laten we de combine het stro met een hakselaar verkleinen en over het land verspreiden; dat is goed voor de bodem.

Het stro van graan is al droog en ligt al ‘op zwad’ en kan dus meestal gelijk worden geperst. Het wordt in grote balen geperst, omdat dat voor ons handiger werkt dan de kleine balen, en daarna thuis in de schuur opgeslagen.

De spelt en emmertarwe zijn oergranen die we telen om in ‘onze’ polders het streefdoel qua natuurwaarden te halen, ze bieden ruimte aan grassen en kruiden om er tussen te groeien. De geoogste spelt en emmertarwe bewaren we thuis in kisten. Deze granen moeten namelijk, voordat je ze kunt malen, gepeld worden; het kaf van het koren scheiden.