Eiwit is één van de voedingsstoffen waar een gezond lichaam niet zonder kan. Eiwitten  leveren aminozuren; aminozuren zijn de bouwstenen voor het eiwit in onze lichaamscellen (lichaamseiwit).  Ze zijn onmisbaar voor:
–  het behoud van gezonde spieren; de opbouw, groei en werking.
–  zenuwen; ze helpen ons zenuwstelsel te reageren op prikkels.
–  cellen; eiwitten zijn nodig voor het transport van stoffen (bv. zuurstof) in het bloed en in de cellen maar ook voor de bouw van cellen.
–  ze zijn belangrijk bij de aanmaak door ons lichaam van enzymen en hormonen
–  ze zijn nodig voor opbouw/behoud van botweefsel
–  ze leveren energie
–  etc.

Iets meer dan de helft van de aminozuren kan ons lichaam zelf maken. De andere, de zgn essentiële aminozuren, moeten we via ons eten binnen krijgen. Veel voedingsmiddelen bevatten eiwitten; ze zijn afkomstig uit dierlijke (vlees, vis, gevogelte, melkproducten en eieren) of plantaardige (brood, rijst, pasta, peulvruchten, noten, paddenstoelen en ‘nep’vlees) bronnen.

De afzet van plantaardig eiwit groeit vooral in de kleinere afzetmarkten. Denk aan voer zonder GMO-grondstoffen, de biologische sector en andere sectoren die zich richten op duurzame productie zoals bijvoorbeeld vleesalternatieven.

Veldbonen bieden het meeste perspectief als eiwitgewas in de gangbare akkerbouw. In de biologische teelt is dat witte lupine. Blauwe lupine lijkt niet geschikt voor Nederland. Op de Vossenburg hebben we zowel de Veldbonen als de witte Lupine geteeld in 2019. In 2020 evalueren we de teelt, opbrengst en afzet om te kunnen bepalen of dit geschikte gewassen zijn voor Het Buijtenland van Rhoon.

Zowel de veldbonen als de lupine zijn vlinderbloemigen. Vlinderbloemigen kunnen stikstof uit de lucht binden, ze vullen dus op duurzame manier de stikstof aan. In de knolletjes die aan de wortels zitten vindt het proces van stikstofbinding plaats, deze stikstof wordt gebruikt als voedsel voor de plant. Doordat vlinderbloemigen zichzelf kunnen voorzien van stikstof, kunnen ze goed geteeld worden op stikstof arme gronden. Er wordt geen stikstof uit de grond onttrokken, wat betekent dat de grond qua stikstof niet uitgeput raakt en juist vruchtbaarder wordt. Het voordeel van vlinderbloemigen is dat er weinig of geen stikstof bemest hoeft te worden.

Veldbonen
‘Vroeger’ hadden wij, en andere akkerbouwers in onze polders, veldbonen in het bouwplan; de veldbonen leverden zaad voor de eiwitteelt. Na de handelsafspraken met Amerika over de import van eiwitgewassen, vooral soja, van overzee, kon de Nederlandse teelt de concurrentie niet aan met de import. Veredeling en verwerking kwamen stil te liggen en zullen bij herintroductie een inhaalslag moeten maken.

De teelt van veldbonen sluit goed aan bij wat we willen bereiken met het streefbeeld voor Het Buijtenland Van Rhoon. Het gebied krijgt meer biodiversiteit. Het past bij de kringloopgedachte om stikstofbindende peulvruchten te telen en bij korte ketens om de producten te leveren aan consumenten (directe voeding of als plantaardig eiwit) en veehouders die eiwit van dichtbij willen betrekken.”

Door zo vroeg mogelijk te zaaien wordt het risico op watertekort en insectenplagen beperkt. Insectenplagen waar de veldbonen last van kunnen hebben zijn bladluizen en de bonenkever; de veldbonen van de Vossenburg zijn niet bespoten met insecticiden. De problemen die wij tegen kwamen waren kraaien die de kiem opaten zodra hij boven de grond kwam, erg hongerige luizen en onkruiddruk.

Als het hele gewas bruin/zwart verkleurd is, is het het goede moment voor de oogst. De peul (waar dus de bonen in zitten) is droog en knisperig; de bonen zijn rimpelig en ingedroogd en als je de bonen probeert door te bijten gedraagt de boon zich niet meer als taai kauwgom, maar brokkelt de boon uit elkaar.
De veldbonen moeten volledig zijn afgerijpt om ze te mogen oogsten en om ze goed te kunnen bewaren. De bonen kunnen worden gedorsen met de combine. De bonen zijn vanuit de combine in een container van de CZAV (agrarische coöperatie) gegaan, de opbrengst is geschat op een ton of 4 per hectare (zeg maar 2/3 van de gangbare opbrengst). De CZAV heeft de veldbonen opgehaald; ze worden daar geschoond (het bleek een zeer bio divers mengsel) en bewaard. De CZAV werkt samen met onder andere Meatless maar waar onze bonen  uiteindelijk heen gaan moet nog geregeld worden.

Witte Lupine

Ook Lupine is een gewas dat jarenlang in Nederland werd verbouwd. Maar ergens na het midden van de vorige eeuw bleek dat het importeren van soja goedkoper was als eiwitleverancier.

De laatste paar jaren heeft Witte Lupine een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Witte lupine heeft als voordeel dat het voor menselijke consumptie maar heel weinig bewerking nodig heeft (in zuid Spanje krijgt u ze als tapa in de bar: altramuces). Daarnaast zijn er een aantal rassen op de markt gekomen die – hoewel van buitenlandse veredelaars – het goed blijken te doen hier in Nederland.

Net als veldbonen past ook de teelt van Lupine prima in het streefbeeld van Het Buijtenland Van Rhoon. Het gebied krijgt meer biodiversiteit; Lupine is prachtig om te zien en een paradijs voor insecten, Lupine is ook een bodemverbeteraar door het goed doordringende wortelstelsel en ook omdat het stikstof uit de lucht kan binden en vasthouden Op dit moment wordt lupine voor humane consumptie hoofdzakelijk voor de biologische markt geteeld. Als regionaal geteelde vervanger van niet-gmo soja, kan lupine ook rekenen op een toenemende interesse vanuit de producenten van vleesvervangers. Lupine is bijzonder eiwitrijk en dus een prima duurzaam alternatief voor vlees.

We hebben de Lupine half september gedorsen. Na het dorsen hebben we de Lupine in kisten gedaan om te drogen. Omdat de kisten bestaan uit planken zou het zaad erdoor vallen. Op de bodem hebben we ze daarom bekleed met jute zakken (kan goed lucht door) en langs de wanden doeken.

Ze staan nog op de Vossenburg in de schuur omdat we er nog geen afnemer voor hebben.