De Vossenburg ligt midden in het Buijtenland van Rhoon. Het Buijtenland van Rhoon wordt een gebied van 600 hectare voor landbouw, natuur en recreatie waar deze drie in harmonie samengaan. Bij het inrichten van het natuur- en recreatiegebied staan lokale bedrijven en bewoners aan de basis. De Vossenburg heeft besloten één van die meewerkende bedrijven te zijn en zal dus zowel in haar landbouwbedrijf als in haar paardenpension, voor zover we dit al niet deden, plaats maken voor meer soorten flora en fauna; dus zowel natuurinclusieve landbouw als natuurinclusieve recreatie.

flora & fauna:

Om de longeerkraal hebben we een bloemenranden ingezaaid die voor de bijen een heerlijke voedselbron zijn.

Insecten zijn irritant maar vaak ook heel nuttig. Ze verwerken organisch materiaal en zorgen voor een gezonde bodem, zodat planten, landbouwgewassen, bomen en struiken kunnen groeien. Bijen, hommels, vliegen en vlinders bestuiven bloemen; sommige insecten zijn natuurlijke vijanden van schadeveroorzakers in onze gewassen (een lieveheersbeestje eet bijvoorbeeld luis) en ook zijn insecten onmisbaar als voedsel voor talloze andere dieren. Als Vossenburg doen we hard ons best om, met erfbeplanting, akkerranden en insect-aantrekkelijke gewassen, een fijne leefomgeving voor insecten te creëren. Zelf zien we al resultaten en ook het Louis Bolk Instituut, die adviseert, ziet resultaat.

fauna:

Tussen onze weides hebben we een heg aangelegd. We hebben 7 bomen geplant (Kastanje, Eik, Walnoot, Beuk) met daartussen een wilgen heg; de wilgen heg bestaat uit wilgjes met daartussen snoeiafval.
Het is inmiddels een flinke heg die de paarden in de juiste wei houdt en die beschutting en voeding is voor allerlei kleinere dieren.


Voor eenden hebben we broedkorven met daarin wat stro in de sloot gezet. Het biedt de eenden een beschutte nestgelegenheid. Landroofdieren (vossen, marters en katten bijv.) kunnen nu niet bij het nest komen. Vliegende roofdieren zoals kraaien, reigers, ooievaars, eksters en meeuwen zullen door de nauwe ingang van de korf het nest niet plunderen.

In Nederland zijn van de superfamilie van de solitaire bijen circa 350 soorten. Solitair staat voor ‘eenzaam’ of ‘op zichzelf’. De vrouwelijke bij maakt een nestje en legt eitjes. De larve groeit snel door het eten van de aangelegde stuifmeel-voorraad. Als ze groot genoeg is verpopt de larve zich en wordt een nieuwe generatie bij. Dit hele proces duurt een jaar (overwinteren als pop) en dan begint het weer opnieuw.

We hebben een mooi bijenhotel laten maken voor deze wilde bijen. In de gaatjes, kieren en spleten kunnen ze leven. Deze bijen zijn erg nuttig omdat ze, net als de honingbij, heel wat planten bestuiven. In de natuurinclusieve landbouw in Het Buijtenland van Rhoon gaan we voor bloemenranden en akkernatuur en dus is er eten en werk genoeg voor de bij. We bieden deze ‘werkers’ graag dit mooie hotel aan.

In de paardenstal komen elk jaar weer de zwaluwen terug om te nestelen, ze hebben meestal 2 maar soms ook 3 legsels per jaar. De zwaluwen komen graag bij ons in de schuur omdat er genoeg insecten zijn om te eten. Voor ons weer een voordeel omdat we dus geen chemie nodig hebben om vliegen te bestrijden, dat doen de zwaluwen voor ons.

Boven in de schuur hebben we een uilenkast hangen; de kast is altijd bewoont door de kerkuil. We hebben 2 maar soms ook 3 keer per jaar een nest. Zowel op het nest als tijdens het vliegen (’s avonds zie je ze) maken ze een krijsend, blazend geluid. De uilen zijn niet alleen mooi maar voor ons belangrijk bij de bestrijding van ongedierte.

Hoe belangrijk goed bodembeheer is, is door de extreme weersomstandigheden afgelopen teeltseizoen weer gebleken. Groenbemesters zijn gewassen die we telen om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden of te verbeteren; ze leveren meestal geen oogstbaar product.

Goed ontwikkelde groenbemesters zorgen voor veel biomassa, dat na inwerken veel organische stof aan de bodem levert waardoor de omvang en activiteit van het bodemleven toeneemt. Ook terwijl het op het land staat heeft het al veel nuttige functies zoals bijvoorbeeld:

Renzo van den Akker maakte deze video (en de foto van de haas).
  • groenbemesters nemen de voedingsstoffen op die na de teelt van het hoofdgewas zijn achtergebleven, de groenbemester voorkomt dus dat deze nutriënten wegspoelen.

  • Goed ontwikkelde groenbemester zorgt voor minder onkruid in het volggewas (concurrentie).

  • De groenbemester is een schuil- en voedingsplaats voor wild (bijvoorbeeld reeën en hazen) en voedingsplaats voor insecten.

  • Tijdens de groei onttrekt de groenbemester vocht aan de bodem. Bij de teelt van (winterharde) groenbemesters is de grond eerder droog en daardoor eerder begaanbaar en bewerkbaar.

  • Door de beworteling van de groenbemester wordt de bodemstructuur beter, ook tijdens de groei is het dus al ‘een feest’ voor het bodemleven.

Bij de keuze van een groenbemester is het belangrijk goed te weten welk gewas er na de groenbemester op het perceel komt. Er is heel veel keus en er zijn heel veel combinaties mogelijk. Zo zijn er bijvoorbeeld die mooie gele bloemen die U ziet (gele mosterd) of Phacelia (paarse bloemen), klavers, bladrammenas, grassen, etc. Wij houden dus én rekening met het volggewas maar realiseren ons ook dat insecten en ‘het mensenoog’ belangrijke factoren zijn bij de keuze.

Vanaf 2018 wordt er op de Vossenburg niet meer geploegd.
Voor een beter bodemleven kiezen we voor spitten in plaats van ploegen.
De ploeg keert de grond waardoor de plantenresten (groenbemester) onder in de grond terecht komen. Door een gebrek aan zuurstof zouden de plantenresten niet op de juiste manier verteren.
Spitten gooit de grond op en zo vallen de gewasresten tussen de hapjes terugvallende grond.
We hopen hiermee de bodem te verbeteren zodat er vitalere gewassen kunnen groeien die onder moeilijke omstandigheden beter tegen stress kunnen.

Miscanthus (olifantsgras) zien we al terug bij de akkerbouw en de duurzaamheid maar ook onder fauna verdiend het een belangrijke plek. Omdat er Miscanthus staat en dus het land in de winter niet kaal wordt, biedt Miscanthus beschutting aan vele dieren.

flora:

In het streefbeeld voor Het Buijtenland van Rhoon zijn natuurdoelen gesteld. Om die, gezamenlijk met collega’s, te behalen zaaien we onder andere akkerranden, natuurakkers, kruidenmengsels en oergranen.

Behalve door ons gezaaide bloemen (zoals de Korenbloem) zien we ook dat de vegetatie op natuurlijke wijze meer divers wordt. Een paar voorbeelden van aparte vondsten zijn de zeldzame valse Kamille, de ruige Klaproos (bijzondere soort) en het heel zeldzame klein Spiegelklokje.